Oefenvragen Tandheelkundige materialen
Bij vragen over tandheelkundige materialen is inzicht in materiaaleigenschappen belangrijker dan het uit het hoofd leren van merknamen. Deze reeks behandelt mechanische eigenschappen zoals elasticiteitsmodulus en taaiheid, uithardingsreacties en dimensionale veranderingen, gipsproducten, afdrukmaterialen, cementen, tandheelkundige keramieken, metaallegeringen, polymeren en prothesebasismaterialen, CAD/CAM en materialen voor digitale werkprocessen, en biocompatibiliteit. Tandheelkundige toelatingsexamens en beroepsexamens, waaronder AFK, INBDE, ORE en ADC, toetsen deze onderwerpen op twee manieren: door rechtstreekse vergelijkingen van materiaaleigenschappen en door klinische casussen waarin een onjuiste materiaalkeuze of verwerkingsfout de oorzaak is van een mislukte restauratie of een vervormde afdruk. Studenten tandheelkunde zullen de meeste onderwerpen herkennen uit het preklinische onderwijs in tandheelkundige materiaalkunde.
10 vragen · antwoorden en uitleg verschijnen na elke beantwoorde vraag · geen registratie nodig
De vragen zijn vertaald uit het Engels. De officiële examens worden in het Engels afgenomen.
Oefenvragen
Vraag 1 van 10
Uithardingsreacties en dimensionale veranderingen
Welke uithardingsreactie of welk dimensionaal gedrag wordt gekenmerkt door het volgende verschijnsel: de kunsthars zet sterker uit dan het aangrenzende glazuur?
Het juiste antwoord is A.
Het juiste antwoord is A. Een groot verschil in uitzetting tussen composiet en glazuur wordt gekenmerkt door de volgende bepalende materiaalkundige eigenschap: de kunsthars zet sterker uit dan het aangrenzende glazuur. Dit kenmerk onderscheidt het juiste antwoord van de andere genoemde materialen of processen. De dimensionale stabiliteit is daarom afhankelijk van zowel de chemie van de uithardingsreactie als de beperkingen waaraan het materiaal tijdens het uitharden onderhevig is.
Vraag 2 van 10
Principes van biocompatibiliteit
Welk begrip uit de biocompatibiliteit wordt gekenmerkt door het volgende verschijnsel: niet-gereageerd methylmethacrylaat kan uit de kunsthars diffunderen?
Het juiste antwoord is B.
Het juiste antwoord is B. Restmonomeer in acrylhars wordt gekenmerkt door de volgende bepalende materiaalkundige eigenschap: niet-gereageerd methylmethacrylaat kan uit de kunsthars diffunderen. Dit kenmerk onderscheidt het juiste antwoord van de andere genoemde materialen of processen. Klinisch risico. Klinisch.
Vraag 3 van 10
Afdrukmaterialen
Welk afdrukmateriaal wordt gekenmerkt door het volgende verschijnsel: het polymeriseert zonder dat er een vluchtig condensatieproduct ontstaat?
Het juiste antwoord is D.
Het juiste antwoord is D. Een additiesiliconenelastomeer wordt gekenmerkt door de volgende bepalende materiaalkundige eigenschap: het polymeriseert zonder dat er een vluchtig condensatieproduct ontstaat. Dit kenmerk onderscheidt het juiste antwoord van de andere genoemde materialen of processen. Nauwkeurige gipsmodellen. Nauwkeurig.
Vraag 4 van 10
Tandheelkundige keramieken
Welk keramisch materiaal of welke oppervlaktebehandeling wordt gekenmerkt door het volgende verschijnsel: transformatieversteviging zorgt voor een hoge weerstand tegen scheurvoortplanting?
Het juiste antwoord is A.
Het juiste antwoord is A. Zirkoniumdioxide gestabiliseerd met 3 mol% yttriumoxide wordt gekenmerkt door de volgende bepalende materiaalkundige eigenschap: transformatieversteviging zorgt voor een hoge weerstand tegen scheurvoortplanting. Dit kenmerk onderscheidt het juiste antwoord van de andere genoemde materialen of processen. Bij de materiaalkeuze moet.
Vraag 5 van 10
Mechanische eigenschappen
Welke mechanische eigenschap wordt weergegeven door de helling van het elastische gedeelte van een spanning-rekdiagram?
Het juiste antwoord is C.
Het juiste antwoord is C. De elasticiteitsmodulus is de verhouding tussen spanning en rek binnen het lineair-elastische gebied. Een steile helling duidt op een stijf materiaal dat onder belasting weinig vervormt. Sterktewaarden daarentegen beschrijven de spanning waarbij plastische vervorming of bezwijken van het materiaal optreedt, en niet de stijfheid van de elastische respons.
Vraag 6 van 10
Polymeren en prothesebasismaterialen
Welk begrip met betrekking tot prothesebasispolymeren wordt gekenmerkt door het volgende verschijnsel: een verwarmd polymeer stroomt onder druk in een gesloten mal?
Het juiste antwoord is B.
Het juiste antwoord is B. Een door spuitgieten verwerkte thermoplastische kunsthars wordt gekenmerkt door de volgende bepalende materiaalkundige eigenschap: een verwarmd polymeer stroomt onder druk in een gesloten mal. Dit kenmerk onderscheidt het juiste antwoord van de andere genoemde materialen of processen. Materiaalprestaties.
Vraag 7 van 10
CAD/CAM en materialen voor digitale werkprocessen
Welk digitaal vervaardigd materiaal of welke stap in het digitale werkproces wordt gekenmerkt door het volgende verschijnsel: industriële polymerisatie vermindert de hoeveelheid restmonomeer en de porositeit?
Het juiste antwoord is B.
Het juiste antwoord is B. Een gefreesde schijf van voorgepolymeriseerd PMMA wordt gekenmerkt door de volgende bepalende materiaalkundige eigenschap: industriële polymerisatie vermindert de hoeveelheid restmonomeer en de porositeit. Dit kenmerk onderscheidt het juiste antwoord van de andere genoemde materialen of processen. Nauwkeurigheid. Nauwkeurig.
Vraag 8 van 10
Cementen
Welke eigenschap van conventioneel glasionomeercement ondersteunt het sterkst de keuze voor dit materiaal als bevestigingscement bij een patiënt met een hoog cariësrisico?
Het juiste antwoord is D.
Het juiste antwoord is D. De langdurige fluorideafgifte van conventioneel glasionomeercement (GIC) biedt een cariësremmend voordeel aan de restauratierand. Daardoor is dit materiaal als bevestigingscement een gunstige keuze voor patiënten met een hoog cariësrisico.
Vraag 9 van 10
Gipsproducten
Welk gipsproduct of welke verwerkingsmethode wordt gekenmerkt door het volgende verschijnsel: poreus bèta-hemihydraat vereist meer aanmaakwater?
Het juiste antwoord is B.
Het juiste antwoord is B. Type II modelgips wordt gekenmerkt door de volgende bepalende materiaalkundige eigenschap: poreus bèta-hemihydraat vereist meer aanmaakwater. Dit kenmerk onderscheidt het juiste antwoord van de andere genoemde materialen of processen. De uiteindelijke eigenschappen van het gipsmodel worden daarom bepaald door zowel de kristalkiemvorming en kristalgroei als de hoeveelheid overtollig aanmaakwater.
Vraag 10 van 10
Metaallegeringen
Welk bestanddeel van tandheelkundig amalgaam is voornamelijk verantwoordelijk voor de vroege sterkte ervan (de sterkte 1 uur na het uitharden)?
Het juiste antwoord is D.
Het juiste antwoord is D. Amalgaamlegeringen met een hoog kopergehalte (kopergehalte >6%) vormen tijdens de reactie het product Cu6Sn5 (ètafase), dat de zwakke gamma-2-fase (Sn8Hg) vervangt. De eliminatie van deze gamma-2-fase is rechtstreeks verantwoordelijk voor de aanzienlijk verbeterde vroege sterkte en de hogere totale sterkte van moderne amalgaamlegeringen met een hoog kopergehalte.
Kies een antwoord om de uitleg te bekijken.
Meer vakgebieden
DentistUP is een onafhankelijk educatief platform. Socket Science is niet verbonden aan NDEB, INBDE, JCNDE, ADA, GDC, ORE, ADC of enige andere exameninstantie en wordt door geen van deze instanties onderschreven, gesponsord of goedgekeurd. DentistUP bevat geen officiële examenvragen of vragen die uit eerdere examens zijn gereconstrueerd en biedt geen garantie op examenresultaten. De inhoud is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vormt geen patiëntspecifiek klinisch advies.